Het kant en klare datacenter

No comments »
AUTHOR:
CTO Dell EMC Nederland
CATEGORIES:

De afgelopen 50 jaar heeft de informatietechniek zich ontwikkeld op basis van een groeiend aantal componenten die elk voor verschillende functies konden of moesten worden ingezet. Na het integrale Mainframe kwam de periode met minicomputers die zich vervolgens ontwikkelden tot individuele servers.

Rond die server moet de data-opslag worden geregeld, waarvoor vele producten op de markt ontstonden. Ook het netwerk was gebaseerd op diverse soorten switches en om een applicatie goed te laten werken waren separate databases en aparte software nodig. Kortom, een hele verzameling van componenten die op de vloer van het datacenter werden samengebouwd tot één werkend geheel.

Het is begrijpelijk dat de componenten niet allemaal van dezelfde leverancier kwamen. Daarnaast ging de ontwikkeling van de techniek zo snel, dat nieuwe versies en updates van die componenten aan de orde van de dag waren. Dit betekende dat een eenmaal ingericht datacenter continu in een staat van verbouwing en upgrades van besturingssoftware was. Dit vraagt veel aandacht, planning, uren veelal in de weekenden en een potentieel gevaar dat een vernieuwde component niet direct goed zou werken in combinatie met alle andere hardware.

Vernieuwing en innovatie
Dit is voor veel datacenters nog steeds aan de orde van de dag. Gemiddeld gaat 75% van de inspanningen in en rond het datacenter op aan onderhoud en beheer. Deze zaken snoepen bijna het hele IT budget op waarmee er blijft weinig overblijft voor vernieuwing en innovatie. Zeker in een tijd van meer services met minder geld is dat een grote uitdaging. In 2009 kwamen EMC en Cisco als eerste met een concept waarbij reeds op de tekentafel een geïntegreerd stukje datacenter was ontworpen, met servers, netwerken en storage en waarbij met VMware een virtuele werkomgeving werd aangeboden. Dus honderden of duizenden gebruiksklare virtuele machines, ondersteund door adequate opslag- en netwerkcapaciteit.

Deze integratie van IT-componenten noemen we een ‘converged infrastructure’. Gebruiksklare brokken datacenter die vooraf in de fabriek worden samengevoegd en getest en in korte tijd operationeel zijn in het datacenter. Een minimale time-to-market wat betreft uitbreiding van datacentercapaciteit. Een rijklare auto die direct gereed is voor gebruik. Deze Vblocks zoals ze bij VCE, de joint venture van EMC en Cisco, heten zijn erg populair. Duizenden van dit soort Vblocks zijn inmiddels wereldwijd geleverd. VCE heeft intussen met deze oplossing een aanzienlijke omzet bereikt en we zien dat onze conculega’s met soortgelijke oplossingen de markt betreden. Het bewijs dat het een goed idee was.

Studie naar voordelen
Nu dit soort oplossingen zo’n drie jaar in datacenters worden gebruikt, werd het tijd voor IDC een studie te wijden aan de voordelen van deze geconvergeerde componenten. Het blijkt dat de verwachte voordelen ook daadwerkelijk in de praktijk worden gerealiseerd. En soms zelfs nog indrukwekkender zijn.

De gerealiseerde besparingen heeft men per honderd gebruikers genormeerd, de ruim tweehonderd onderzochte bedrijven waren immers van verschillende grootte. Het blijkt dat per honderd gebruikers $ 66.316 wordt bespaard. Een enorm bedrag! De gemiddelde investering heeft een ROI van 16 maanden. Ook dat is zeer interessant! Korte afschrijvingstermijn, snelle vernieuwing en dus steeds een zeer concurrerende kostprijs van de IT-service.

Besparingen
Waar behalen we die besparingen dan vooral? Het grootste deel – bijna 70% – ontstaat door besparingen op de infrastructuur zelf. Begrijpelijk, een prefab gebouwd systeem is gewoon veel goedkoper dan een op de bouwplaats samengebouwde constructie van afzonderlijk bestelde componenten. De rest is verdeeld over beter IT-productiviteit (IT-staf) en een hogere gebruikersproductiviteit (beschikbaarheid).

De IT-afdeling hoeft zich ook niet langer zorgen te maken om de individuele componenten: er is immers slechts één servicenummer te bellen als iets niet goed functioneert. Daarnaast zijn upgrades reeds in de fabriek getest op de hele configuratie en geven dus geen onvoorspelbare storingen, die normaal gesproken extra veel IT-inzet vergen. Maar omdat de continuïteit van het systeem als geheel wordt verbeterd, plukt ook de gebruiker hier de vruchten van. Het mes snijdt aan twee kanten.

De besparingen op de hardware zelf komen voor een groot gedeelte voort uit een veel beter gebruik van de storage-capaciteit. De gemiddelde opslagkosten dalen met ongeveer 60% en vormen in geld de grootste kostenbesparing. Ook de serverkosten dalen met 40%, maar vormen slechts de helft van de kosten die normaal voor storage nodig zijn. Ook is er nog een voordeel op netwerk- en stroomkosten. Tenslotte is het aantal vierkante meters datacenterbeslag veel kleiner. Van sommige klanten horen we een conversiegetal van 1:15; een Vblock vervangt 15 maal de oppervlakte die hij zelf inneemt. Ook niet een onbelangrijke reden om eens over converged infrastructures’ te gaan nadenken.

No brainer
Kortom, de tijd van het op de datacentervloer in elkaar knutselen van een scala aan componenten van vele leveranciers, lijkt ten einde te komen. De voordelen zijn zo evident dat voor de standaardservices van het datacenter deze keuze een ‘no brainer’ aan het worden is. Blijft over een deel legacy en/of bijzondere systemen die (nog) niet kunnen worden vervangen. Maar dat is slechts een kwestie van tijd. Kleine snel leverbare geïntegreerde datacenter-units hebben de toekomst. Op naar het kant en klare datacenter!!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.