Het tipping point van IoT is nu

No comments »
AUTHOR:
CTO Dell EMC Nederland

We passeren dit jaar een tipping point, een kantelpunt waarna ‘opeens’ dingen mogelijk worden, die daarvoor (net) niet konden. Zo’n tipping point geldt nu voor het Internet of Things. Al ruim vijftig jaar geleden, in 1966, stelde cyberengineer Karl Steinbuch dat ‘binnen enkele decennia computers onderdeel van bijna elk industrieel product zouden zijn’. En in 1999 gebruikte Kevin Ashton van het MIT voor het eerst het begrip ‘Internet of Things’.

Iedereen begrijpt dat werkelijk breed toepasbare IoT de manier waarop we leven en hoe organisaties functioneren, radicaal zal veranderen. Tot op heden deden we slechts vingeroefeningen, omdat nieuwe, open wijzen van gedistribueerde dataprocessing nodig zijn met een bijbehorend onafhankelijk ecosysteem dat IoT en AI bij elkaar kan brengen. Zodra ons dat lukt, zal onze maatschappij op nooit vertoonde wijze veranderen.

Onuitputtelijke bron van data
Decennialang hebben we inderdaad al computerpower in allerhande producten gebouwd en flink wat sensoren veel data laten vergaren. Maar die data verplaatsten we naar en sloegen het op in grote data-omgevingen. Sensoren die eenmaal zijn aangezet, zullen hun hele leven data voortbrengen die – om zinvol te zijn – immers ‘ergens’ naartoe moet.

Vanzelfsprekend dat IoT in eerste instantie werd opgepakt door netwerkfabrikanten die het als een ultieme onuitputtelijke databron zagen die om connectiviteit schreeuwde. Het was de perfecte onuitputtelijke bron om vanuit daar oneindig veel data te transporteren en te distribueren. Een perfecte business case als je graag data transporteert.

Domme data
Maar zoals ik in een eerdere blog over de Bandbreedt-paradox vertelde, groeit computercapaciteit en dus (sensor) data sneller dan bandbreedte kan groeien. Dus het transporteren van steeds grotere hoeveelheden ‘domme’ data naar centrale locaties is geen slimme aanpak. Onze netwerken slibben dicht en centraal opslaan is meestal garantie dat de meeste data nooit meer zal worden gebruikt. Persoonlijk denk ik dat van alle langdurig centraal opgeslagen data een schamele twintig procent ooit nog interessant is voor de toekomst. Hoe mooi de beloften van Big Data en analytics ook zijn dat die data ‘ooit’ waarde zal krijgen.

Drinkwijn en bewaarwijn
Ooit maakte ik de vergelijking met data dat je drinkwijn en bewaarwijn hebt. Net als wijn moet je sommige data direct gebruiken maar niet bewaren, daarnaast is er net als wijn ook data die in de tijd in kwaliteit en dus in waarde kan verbeteren. Dus sommige data moet je niet transporteren maar gelijk ter plaatse beoordelen op relevantie. Een sensor die elke seconde meet dat het 21 graden is, hoeft naar een centrale besturing niet elke seconde die data te versturen. Slechts als de temperatuur verandert, is een signaal nodig en wellicht als er een storing optreedt.

Zinnige informatie
Een video-opname van een gesloten deur waar per dag slechts tien personen doorheen gaan, levert 23 uur en 50 minuten onzinnige data op. Gemiddeld kan de ruwe data van een sensor met factoren worden gecomprimeerd tot zinnige informatie. Maar dat vraagt in de buurt van de sensor wel enige vorm van dataprocessing. En dataprocessing vraagt weer energie, opslag en vooral intelligentie in de vorm van bijvoorbeeld micro-services. En laat díe techniek nu de afgelopen jaren ruimhartig beschikbaar zijn gekomen met de ontwikkeling van onze mobiele (derde) platformen. Dat één van de redenen dat het tipping point voor IoT momenteel voorhanden is.

Open Platform
Met de komst van EdgeX Foundry, het decentrale IoT zusje van Cloud Foundry dat voor grotere cloud-omgevingen geldt, hebben we dit jaar een afsprakenstelsel gekregen om open source devops-omgevingen voor IoT beheersbaar in te richten. Dell Technologies heeft al zijn eerder ontwikkelde software voor decentrale toepassingen, zoals als gateways en sensoren, intussen afgestaan aan de open community, juist om óók de IoT wereld open en doorzichtig te maken. En daarmee een vendor-onafhankelijk open platform te realiseren onder controle van de Linux Foundation. Hierdoor weten zowel fabrikanten als gebruikers waar ze aan toe zijn wat betreft de open en gecontroleerde beschikbaarheid van decentrale intelligentie.

Communicatie
Een tweede reden dat we een tipping point passeren is dat het Industrial Internet Consortium, dat in 2014 is opgericht, en zich richt op industrieel – en dus professioneel – gebruik van IoT begin dit jaar het eerste Industrial Internet Framework heeft uitgebracht. Dit is een referentiearchitectuur om data open te maken die voorheen slechts in domein-specifieke omgevingen kon worden gebruikt. Nu kunnen open, gestandaardiseerde gateways worden gebruikt die interoperabiliteit garanderen, zowel technisch als wat betreft de communicatieprotocollen. Terwijl de betrouwbaarheid van de functionele en niet-functionele aspecten van zo’n domein-specifieke technische omgeving wordt gewaarborgd.

Doorbraken
Dit is dus een tweede doorbraak: niet alleen het maken van de open source based-intelligentie, maar ook een wereldwijde referentiearchitectuur voor data sharing en criteria voor de basisverbindingsstandaarden is beschikbaar gekomen. Dat maakt het professionele gebruik van open IoT voor industrieel gebruik werkelijk mogelijk. Met als afgeleide dat het standaardenstelsel ook voor publieke- en consumententoepassingen beschikbaar is.

Dell’s IoT-divisie
Daarom is het nu tijd om alle functies die nodig zijn om betrouwbare IoT-oplossingen te bouwen en projecten uit te voeren te organiseren en te stroomlijnen. Dat begint met een betrouwbare decentrale infrastructuur; een oplossing is zo goed als zijn infrastructuur toelaat. En die eisen zijn voor industriële toepassingen niet gering. Immers, we plaatsen sensoren juist op die plaatsen waar we als mens niet kunnen of willen werken: hete, vuile, agressieve en lastig te bereiken omgevingen. De bijbehorende infrastructuur moet daar tegen kunnen en moet decennia lang in bedrijf blijven.

Het is geen sinecure om miljarden robuuste maar toch gebruiksvriendelijke systemen te ontwikkelen, die goedkoop te produceren en te distribueren zijn en die – last but not least – goed zijn gesupporteerd wat betreft onderhoud en beschikbare reservedelen. Daarnaast moeten op afstand de juiste upgradebare software en algoritmes kunnen worden geplaatst. Om in deze fysiek decentrale, realtime-omgevingen interne intelligentie en slimme connectiviteit weten te realiseren die nog levenslang aan veranderingen onderhevig zal blijven.

Dell’s IQT keerpunt
IoT is geen hobby, maar een professionele business. Dat doe je er niet zomaar even bij, zonder voldoende kennis, slagkracht en budgetten. Dell Technologies heeft in zijn familie van bedrijven alle techniek, kennis, kunde, executiekracht en budget samengebracht om deze decentrale open en cloud-gebaseerde wereld te ontwikkelen.

Het kan zelfs onze showcase zijn om te laten zien hoe we de fysieke wereld om ons heen kunnen digitaliseren, automatiseren en verbeteren, en ons daar als private onderneming honderd procent op kunnen focussen zonder daarnaast activistische hedgefunds gelukkig hoeven te houden.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Share on LinkedIn

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *