De klusjeseconomie

No comments »
AUTHOR:
CTO Dell EMC Nederland

De laatste tijd doet een nieuw begrip de ronde: de gig-economie. De term ‘gig’ gebruikten jazzmuzikanten rond 1920 als men werd geëngageerd voor een live-performance. ‘Gigging’ betekende betaald werk hebben, of een klusje ergens doen, een snabbel hebben. Een ‘regular gig’ was een contract voor een serie optredens. Met de komst van nieuwe digitale platformen zoals Über werd het woord weer populair, chauffeurs melden dat ze een ‘gig’ hadden als ze een betaalde rit konden rijden.

De ‘gig’ economie is dus een nieuwe vorm van economie waar tijdelijk werk gewoon is en zelfstandige arbeidskrachten tijdelijk werk zoeken. De markt waar ook veel zzp-ers werkzaam zijn. Vaste banen maakten langzaam plaats voor kortere arbeidsrelaties. De term ‘gig’ economie kwam in 2015 in de VS in zwang en horen we ook hier steeds meer.

Nieuwe economie
In de NRC stond laatst een artikel over de gig-economie waar men het heeft over de gig-worker die leeft van elke dag andere klusjes. Van meubels in elkaar zetten tot verhuisdozen inpakken, van eten bezorgen tot tijdelijk chauffeur zijn. NRC beschrijft het platform TaskRabbit dat een digitaal platform is waarop mensen die wel geld maar geen tijd of vaardigheden hebben, hulpvragen kunnen plaatsen. Intussen heeft Ikea TaskRabbit overgenomen, want het platform is een succes. Zo’n tien procent van de deelnemers van het platform verdient er zelfs een volledig jaarinkomen mee.

Het doet een beetje denken aan de vroegere dagloners. Een arbeider die per dag betaald werd en geen vaste betrekking had. Als er geen werk voorhanden was, verdiende hij niets. Dagloners kwamen vooral voor in de land- en tuinbouw, in de havens en industrie was het bekend onder de naam losarbeider of loswerkman. Zij werden normaal ’s ochtends op een vaste plaats zoals een café geronseld door een koppelbaas. Tegenwoordig wordt dit incidentele werk vaak gedaan door zogenaamde loonbedrijven waar men in vaste dienst staat.

Digitale koppelbazen
Eigenlijk is het oude wijn in nieuwe zakken, waarbij een digitaal platform de functie van de koppelbaas heeft overgenomen. Naast de zzp-ers die langere opdrachten uitvoeren, worden de deelnemers deze nieuwe groep soms gekscherend kruimel-zpp’ers genoemd. Ze rapen de kruimels werk op die tussen wal en schip vallen. Het klinkt mooi maar moeten we er blij mee zijn?

In 2013 schreef Thomas Friedman al een artikel in de New York Times onder de titel ‘How to monetize your closet’, hoe je een ‘micro-entrepreneur’ kunt worden, de inhoud van je kledingkast te gelde maken en met dat geld als kleine zelfstandige starten. Bijvoorbeeld je huis verhuren en met je auto personen vervoeren. De nieuwe deel-economie stond voor de deur. Thomas vertelt dat zijn ongeschoolde immigrantenouders in de jaren dertig ook op die wijze ook zo begonnen een bestaan in de VS op te bouwen. Alle klusjes pakken die je kunt vinden of met jouw spullen diensten voor anderen uitvoeren omdat er geen ander werk was.

American dream
Nu in de 21ste eeuw geldt eigenlijk hetzelfde. Er is niet (meer) genoeg werk en het delen van je huis via Airbnb is heel makkelijk om wat bij te verdienen. Friedman is enthousiast over deze nieuwe gig-economie van micro-ondernemers. Maar ze ontberen wel een vast salaris, betaalde vakanties, goede ziektekostenverzekeringen, pensioen en werkzekerheid. Het zijn werkers die vallen tussen het begrip werknemer met vast contract en een echte ondernemer of werkgever.

En vallen daardoor ook tussen alle wetgeving die we hebben gemaakt om iedereen een ‘soort basisloon’ te gunnen via vaste arbeidscontracten. Sommigen noemen het het einde van de American dream: we zijn weer terug in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw waarvan we vijftig jaar geleden dachten dat we die crisisperiode achter ons hadden gelaten.

Recht op arbeid
Ooit ontstaan tijdens de Franse revolutie, is in de universele verklaring van de rechten van de mens opgenomen dat iedereen het recht op arbeid en werk heeft. Een algemeen economisch en sociaal recht dat echter de staat niet verplicht om werk voor iedereen te garanderen. De staat moet zorgen dat banen geschapen kunnen worden om menselijke waardigheid te garanderen.

Deze meer sociale kijk staat tegenover het liberalisme dat spreekt over de vrijheid van arbeid. Tegenwoordig spreekt men ook wel over de actieve welvaartsstaat als opvolger van de meer passieve verzorgingsstaat die we nog zo goed kennen. Vanuit de kritiek dat de verzorgingsstaat op termijn onbetaalbaar is, zien we een verschuiving van bijstand-afhankelijkheid naar het récht werk te kunnen hebben. In die zin heeft de gig-economie een functie, het geeft iedereen de mogelijkheid werk te hebben, hoe je het ook bij elkaar sprokkelt.

Welvaartstaat
In 2016 heb ik al eens een blog over het basisloon geschreven. Immers met de komst van de digital society zal veel bestaand werk worden geïnformatiseerd en geautomatiseerd. We creëren steeds meer ‘digitale en mechanische slaven’ om ons heen, en dat is natuurlijk alleen maar fijn. Er zal zeker ook ander werk ontstaan, maar op de keper beschouwd, zal het aantal arbeidsuren dat nodig is om onze welvaart te garanderen de komende decennia kunnen afnemen.

Om het recht op arbeid in stand te houden zullen we iets moeten doen. Een welvaartsstaat organiseert solidariteit tussen jongeren en ouderen, tussen gezonden en zieken en creëert een vangnet (geen hangmat!) voor tegenslagen. Op die wijze kunnen we samen sociale en economische efficiëntie realiseren in onze maatschappij en doelmatig armoede en bestaansonzekerheid voorkomen.

Volgens het World Economic Forum geven de meest competitieve economieën in de wereld het meeste uit aan ‘het toerusten’ van mensen op een arbeidsmarkt die steeds flexibeler wordt. De eerste paar jaar zijn daarvoor al cruciaal; leer kinderen al vroeg hoe te léren. De meest competitieve landen zijn ‘big spending welfare states’, die hun positie te danken hebben aan hun specifieke aandacht voor de toerusting van de burger. Dit is immers de voorwaarde voor een actieve welvaartstaat.

De verzorgingsstaat was net zoals de Europese Unie een reactie op de instabiele jaren ’20 en ’30 en de Tweede Wereldoorlog en schoot uiteindelijk veel te ver door. Door de digitalisering en de komst van de kenniseconomie is het goed het betuttelende woord ‘verzorgingsstaat’ te vervangen door het meer actieve ‘welvaartstaat’. Maar of dat moet eindigen in een klusjes-economie betwijfel ik. We zullen ergens een goede middenweg moeten vinden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.