Fiber to the home: de status van glasvezel in Nederland

No comments »
AUTHOR:
CTO Dell EMC Nederland

Afgelopen week meldde de pers dat een Schotse miljardair samen met L2Fiber, de toekomstige exploitant, 200 miljoen wil investeren om alle 300.000 huishoudens in Rotterdam op een glasvezelnet aan te sluiten. Glasvezel is vele malen sneller dan koper- of coaxverbindingen waarmee de meeste huishoudens in Nederland internet in huis halen. Het is minder storingsgevoelig maar – veel belangrijker – biedt de mogelijkheid om, naast de standaard publieke c.q. openbare internetaansluiting, ook privé en gesloten verbindingen direct in huis te koppelen.

Met mijn blog ‘Splinternet’ van vorige week in gedachten is het creëren van werkelijk gesloten individuele verbindingen met en tussen derden een perfecte remedie tegen de meeste internetcriminaliteit. Men hoeft immers niet meer over de ‘openbare weg’ van het internet, met alle publieke gevaren van dien, maar kan volledig gesloten verbindingen maken met anderen. Als ieder huis in Nederland een glasvezelaansluiting zou hebben tot aan de meterkast, zou dat veel cybercriminaliteit kunnen elimineren.

Fiber to the Home
In 2001 werd in Amerika de Fiber to the Home Council opgericht om de realisatie van glasvezelaansluitingen voor elk huishouden en elke instantie te promoten. Sindsdien hebben ruim 300 bedrijven zich bij deze Council aangesloten. Vanaf 2004 is ook in Nederland veel aandacht voor het uitrollen van glasvezelverbindingen voor huishoudens. In 2009 werd het FTTH platform Nederland opgericht dat in 2012 de eerste Glasmonitor uitbracht; een tweejaarlijks rapport over de ontwikkelingen van glasvezel in Nederland.

In 2013 ging dit platform verder onder de naam eSociety Platform dat de ontwikkeling van Nederland als eSociety wilde bevorderen op basis van een 100% verglaasd Nederland. Zie ook mijn eerdere blog hierover uit 2013. Er zijn diverse succesvolle conferenties over het onderwerp glasvezel gehouden en nieuwe initiatieven ontwikkeld. Een voorbeeld is de oprichting van de Stichting Innovatief Onderwijs Nederland (ION) die zich ten doel stelt om elke middelbare school in Nederland van glasvezel te voorzien.

Situatie in Nederland
Er wordt verwacht dat in 2021 ongeveer 38% van alle huishoudens in Nederland – ruim 3 miljoen woningen – daadwerkelijk een glasvezel aansluiting zal hebben. Echter zal slechts de helft hiervan deze ook daadwerkelijk gaan gebruiken. Na een jarenlange sterke groei was er in 2015 een sterke daling van het aantal nieuwe aansluitingen. Ook de komende jaren wordt slechts een beperkte stijging verwacht. Dit komt bijvoorbeeld doordat er nieuwe technieken zijn waarmee de snelheid op de bestaande DSL-netwerken verhoogd kan worden. Hierdoor zijn ze een stevige concurrent gebleken voor de (duurdere) glasvezelverbinding. Netwerkproviders vinden glasvezel tot en met de meterkast niet nodig mdat het laatste stuk prima met coaxkabel kan worden gerealiseerd.

Nederland was tien jaar geleden wereldwijd koploper, maar die positie zijn we de afgelopen jaren kwijtgeraakt. De percentages aansluitingen zijn vooral in Flevoland en het oosten van land hoog. In de Randstad is dat een stuk lager, terwijl daar de meeste huishoudens zijn. Wellicht is dit een probleem van de remmende voorsprong die de Randstad kreeg omdat, naast de al bestaande decentrale centrale antenne inrichtingen, rond de eeuwwisseling vooral in de Randstad alle woningen goede centrale coaxverbindingen kregen. De goede mobiele 4G beschikbaarheid is een andere reden waarom huishoudens niet snel een duurder abonnement op een directe glasvezelaansluiting nemen. Voor velen is de kwaliteit versus prijs vooralsnog goed genoeg.

Privatisering
In de jaren negentig is onze technische infrastructuur die we met het staatsbedrijf PTT hadden opgebouwd – in een in mijn ogen veel te liberale opwelling – volledig geprivatiseerd. Hierdoor hebben we als maatschappij én overheid geen publieke fysieke informatie-infrastructuur meer. Dit in tegenstelling tot de nutsvoorzieningen elektriciteit, riolering, gas en water, waar de fysieke netwerken nog steeds maatschappelijk bezit zijn. Door deze privatisering is de gemeenschappelijke solidariteit verdwenen dat iedereen, zowel de goedkope aansluiting in een flatgebouw in de stad als de verre aansluiting voor een boer of gezin in een buitengebied, koste wat kost een informatieaansluiting krijgt.

Onze overheid bestudeert momenteel zelfs wetgeving voor crisissituaties waarbij de overheid communicatiecapaciteit kan opeisen en vorderen van de commerciële providers voor crisiscommunicatie. Onze informatie infrastructuur is immers meer dan ooit een vitale infrastructuur geworden. Als een overheid digitaal met de burgers wil kunnen communiceren, moet zij de burgers daar ook technisch toe in staat stellen. Als de commerciële internetproviders ‘uit de lucht zijn’ kunnen we namelijk niet allemaal in een overheidsgebouw onze belastingaangifte etc. gaan invullen.

Nutsvoorziening
In een studie van Legal ICT ‘Breedbandvoorziening als nutsvoorziening’ stelt de auteur Matthijs van Bergen dat digitale netwerken op basis van koperdraad zich verhouden tot glasvezelnetwerken als zandpaadjes tot tienbaanswegen of van een poepemmer tot een ondergrondse riolering. Wij zouden naast een Rijkswaterstaat (wederom) een overheidsinstantie moeten hebben die onze digitale infrastructuur aanlegt en onderhoudt, net als met onze rijkswegen gebeurt. We hebben digitale commerciële tolwegen gecreëerd die smaller zijn dan technisch nodig is en die voorbij gaan aan dunbevolkte gebieden.

In plaats van open en neutrale toegang voor iedereen te realiseren, kunnen commerciële poortwachters momenteel voorrang verkopen aan de hoogste bieder. Hierdoor betalen rijken te veel voor hun connectiviteit en lopen armen het risico helemaal geen toegang meer te krijgen. Zo houden de twee grootste aanbieders KPN en Ziggo momenteel de groei van onze glasvezelontwikkeling tegen, omdat het commercieel voor hen niet interessant is in individuele glasvezelaansluitingen te investeren.

Gereguleerd vertrouwen
Daarom zou de overheid zich weer als ‘eigenaar’ moeten gaan opstellen voor een breed, open en vooral veilig glasvezelnet voor alle huishoudens. Hoewel dit een gepasseerd station lijkt, zou de overheid kunnen besluiten te gaan investeren in de aanleg van een passieve glasvezelstructuur op zeer lange termijn, terwijl de markt vrij kan worden gelaten om zelf netwerken en diensten te creëren met behulp van de hoogwaardige publieke kabels en aansluitingen. Net zoals we dat als maatschappij voor de andere nutsvoorzieningen hebben geregeld.

En zo creëren we gelijk de mogelijkheid om naast het – per definitie onveilige – openbare internet ook veilige private verbindingen te realiseren om veilige, slimme steden te ontwikkelen, werkelijk private digitale zorg te kunnen verlenen en om burgers, overheid en instellingen in staat te stellen veilige en vertrouwde peer-to-peer verbindingen te creëren.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.